I V

Beste mensen,

Toen Sander mij onlangs over zijn plannen voor deze presentatie vertelde, viel het nog niet mee om me daar een voorstelling van te maken. Ik begreep wel zijn fascinatie voor de architectuur en geschiedenis van dit bijzondere gebouw en zijn wens om daarvan iets opnieuw zichtbaar en ervaarbaar te maken, maar ik wist nog niet hoe dat daadwerkelijk zou uitpakken. Gelukkig had ik al wel eerder een werk van Sander gezien in de beeldententoonstelling op Landgoed Vijversburg en daar had ik al ervaren dat hij in staat is een monumentaal werk te maken dat tegelijk een bijzondere persoonlijke ervaring kan bieden. Een ervaring die te maken heeft met wat je ziet en met dat wat je niet ziet; nl. het verloop van de tijd en de herinnering aan voorbije momenten. In Park Vijversburg betrof dat een verdwenen landhuis dat door Sander op suggestieve wijze werd hersteld. Met het onderzoek naar historische situaties en het maken van installaties aan de hand van oude beelden of objecten, lijkt Sander ook zelf in een kunsthistorische traditie te werken. In de jaren zeventig werd hiervoor de fraaie, aan de criminologie ontleende, term ‘Spurensicherung’ gebezigd. Het betrof kunstenaars die een bijzondere fascinatie hadden voor het reconstrueren van gebeurtenissen of locaties aan de hand van het onderzoeken en inventariseren van gefragmenteerde resten en herinneringen. Christian Boltanski, Charles Simonds en Anne en Patrick Poirier zijn hier bekende voorbeelden van.
Maar het gaat Sander niet alleen om de herinnering en de reconstructie, maar vooral ook om de suggestieve kracht en de verrassende ervaring. Hierin toont hij zijn sporen als ruimtelijk ontwerper. Hij creëert een omgeving die niet alleen als beeld kan worden ervaren, maar vooral ook als ruimte. De suggestieve kracht ligt precies in het moment dat de aanschouwer deelgenoot wordt van de complete ruimtelijke voorstelling. Ik gebruik hier bewust het begrip ‘voorstelling’ vanwege de theatrale connotatie. Niet voor niets geeft Sander zijn werk de titel ‘Achter de schermen’; ook voor hem ligt er blijkbaar een relatie met de gelaagde werkelijkheid van het toneelbeeld. Bij dit werk in de hal van Minerva wordt de enscenering bepaald door de historische lagen van Piet Bloms architectuur. Sommigen van ons hebben nog meegemaakt dat deze hal oorspronkelijk een soort plein was, dat de vlakke vloer ooit een zitkuil had en dat hoge vensters doorzicht gaven naar achterliggende ruimtes. Vele jaren en talrijke bouwkundige ingrepen later valt dit eerste ontwerp nog slechts met de nodige verbeeldingskracht voor te stellen. De kracht van de verbeelding is misschien wel de essentie van Sanders werk. In theatrale termen zou je kunnen spreken van ‘de vierde wand’; het beeld dat de beschouwer krijgt voorgetoverd, het scherm waarop het publiek de voorstelling ziet, maar in overdrachtelijke zin is de vierde wand de betovering waarin het publiek is opgenomen. De verbeeldingskracht die maakt dat er een andere werkelijkheid kan worden ervaren.
Ik vind het heel bijzonder dat Sander Jorn Vermeulen als jong kunstenaar en alumnus van Minerva hier zo’n monumentaal en indrukwekkend beeld in en van de academie heeft gerealiseerd. Het werk ‘Achter de schermen’ is als een hommage aan de architectuur van Piet Blom. Maar de kracht en gelaagdheid van het gebouw ervaar ik hier ook als metafoor voor de bijzondere veelzijdigheid van onze school. Een school waarbinnen kunst en ruimtelijk ontwerp elkaar kunnen ontmoeten, waar intimiteit en theatraliteit elkaar niet uitsluiten en waar de verbeelding centraal staat. Een school waar jonge kunstenaars soms achterom kijken om verder te komen. Hiervoor wil ik Sander, en ieder die hem bij de realisatie van zijn werk geholpen heeft, heel graag complimenteren en bedanken.

Leo Delfgaauw , oktober 2008